100 years of Dutch Architecture Abroad
world map

Engelse versie

Dutch Architecture Abroad
Meaningful projects around the world

De ontwikkeling en de impact van de Nederlandse architectuur wereldwijd kan niet volledig begrepen worden, zonder een goed beeld hebben van alle projecten die door Nederlandse (landschaps)architecten en stedenbouwers buiten onze landsgrenzen zijn gerealiseerd én zonder kennis van de kruisbestuivingen die tussen verschillende (architectuur)culturen hebben plaatsgevonden.
Vanwege de indrukwekkende omvang en complexiteit zijn de in het buitenland gerealiseerde ontwerpen van Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen niet eerder op grote schaal geïnventariseerd, gerubriceerd en beschreven; noch in algemene zin, noch vanuit een specifieke invalshoek.
Uiteraard werken professionele culturele instellingen als het Nieuwe Instituut, de BNA en het Atelier Rijksbouwmeester voortdurend aan internationalisering van onze cultuurproducten. Ook worden regelmatig Nederlandse projecten in buitenlandse tijdschriften gepubliceerd en worden vaak internationale prijzen gewonnen.
Dit zijn ogenschijnlijk op zichzelf staande successen waarover gepaste trots op zijn plaats is. Maar hoe verhouden deze successen zich tot elkaar en tot wat er in Nederland in de architectuur en in de stedenbouw gaande is? Zijn ze zodanig in kaart te brengen dat ze in relatie tot elkaar tot nieuwe betekenissen kunnen leiden? Zijn professionals en geïnteresseerde leken te inspireren met projecten die anders buiten beeld zouden blijven? Kunnen er fundamentele bijdragen worden geleverd aan ethische, culturele en esthetische discussies die het vakgebied verder brengen? Kan er in bepaalde gevallen nog wel worden gesproken van Nederlandse architectuur?

Project DAA Foundation

De Stichting Project DAA Foundation, bestaande uit een meewerkend bestuur en een projectbureau, wil met het project Dutch Architecture Abroad (DAA) als onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk dit soort cruciale vragen beantwoorden en daarmee verandering brengen in de lacune van kennis, inzicht en overzicht van Nederlandse architectuur in het buitenland.
De belangrijkste doelstelling van voorliggend project is het versterken van de internationale positie van de ontwerpsectoren. Subdoelstellingen zijn het stimuleren van onderzoek, analyse en reflectie en het bevorderen van de professionalisering van de ontwerppraktijk.
Tevens beoogt DAA buitenlandse opdrachtgevers te inspireren en te stimuleren om met Nederlandse partners projecten te realiseren en zo een impuls te geven aan internationaal opdrachtgeverschap.
In het voortraject is gestart met het inventariseren en rubriceren van Nederlandse projecten in het buitenland van de afgelopen honderd jaar. De volgende fase van DAA beoogt de resultaten in een bredere context te plaatsen en te ontsluiten, om vakgenoten te inspireren en uit te dagen tot discussie en interactie.

Doelgroepen

  • Nederlandse en buitenlandse (ruimtelijke) ontwerpers, bouwkundigen, (architectuur)historici, architectuurstudenten, journalisten.
  • Nationale en Internationale architectuuropleidingen (universiteiten, hogescholen, kunst-
academies, postdoctorale opleidingen)
  • Opdrachtgevers (publiek en privaat) in binnen- en buitenland
  • Ambassadeurs, culturele en economische attachés.
  • In cultuur en architectuur geïnteresseerd publiek in binnen- en buitenland.

Multimediaal project

Om de verworven kennis maximaal te kunnen inventariseren, rubriceren en ontsluiten is het project multimediaal van opzet. Hoewel wij in dit project streven naar volledigheid, zijn wij ons er tegelijkertijd van bewust dat die volledigheid oneindig is. Voordat het laatste project is bijgeschreven, is alweer een nieuw project gestart. Om die voortdurende uitbreiding toe te kunnen laten, maar tegelijkertijd ook een beheersbaar en inspirerend overzicht te bieden van de meest betekenisvolle projecten, is gekozen voor verschillende media.
Het digitale platform, in de vorm van een telkens ge-update website, vormt de basis van het project, waaruit producten en activiteiten gegenereerd worden.
Het boek biedt de mogelijkheid op vele koffietafels wereldwijd te belanden. Het kan zowel worden ingezet voor educatieve doeleinden als voor representatieve doeleinden, ter promotie van de Nederlandse architectuurcultuur.
Bijbehorende, reizende, en op locatie afgestemde tentoonstellingen maken het mogelijk om actualiteiten onder de aandacht te brengen en tegelijkertijd in te zoomen op projecten die in het betreffende land gerealiseerd zijn.
Ingebed in een uitgebreider programma van manifestaties, lezingen en debatten, kunnen de tentoonstellingen bovendien als kenniskatalysator dienen en aanleiding zijn om nieuwe kennis ter plaatse ‘op te halen’ en blinde vlekken op te sporen.
Dit laatste is essentieel, want hoewel bovengenoemde producten en activiteiten in beginsel uitstekend op zichzelf kunnen staan, zijn synergie en interactie tussen de onderdelen wezenlijk voor de actieradius van het project.

SamplerImg01

Selectiecriteria

De redactiecommissie selecteert Nederlandse projecten in het buitenland van de afgelopen 100 jaar. Daarbij wordt een aantal feitelijke criteria gehanteerd:

  • het project dient tenminste één van de volgende disciplines te vertegenwoordigen: ruimte-
lijke ordening, stedenbouw, landschapsarchitectuur, architectuur, interieurarchitectuur, civiele techniek en bouwtechniek;
  • er moet sprake zijn van een opdrachtgever;
  • voor bouw- en kunstwerken geldt dat het project dient te zijn uitgevoerd, in uitvoering is genomen of tenminste de status van het voorlopig ontwerp te hebben gehaald;
  • binnen het project moet tenminste één Nederlands hoofdontwerper hebben geparticipeerd; Daarbij dient het te selecteren project een bijzondere waarde te representeren in cultuur-
historisch, stedenbouwkundig, architectonisch, bouwtechnisch of esthetisch opzicht. Deze aspecten zijn vervat in tien thema’s, die naast de ontwerpdiscipline ook betrekking hebben op de uitvoering.

Tien thema’s

De geselecteerde projecten van het multimediale project worden gerubriceerd aan de hand van de overkoepelende thema’s, waarbij het meest karakteristieke aspect van het project bepalend is voor de indeling.
Deze tien thema’s vormen ook de basis voor de essays van het boek. Ook als input voor de tentoonstellingen, manifestaties, lezingen en debatten kan één van deze thema’s (of een deelthema) worden ingezet, maar ook crosslinks zijn mogelijk. De thema’s zijn tot stand gekomen door met diverse kennishouders intensief te debatteren. Hoofdredacteur en architectuurhistoricus Marcel Teunissen heeft ten behoeve van de rubricering van de Nederlandse bouwprojecten in het buitenland gesprekken gevoerd en ideeën getoetst met beoogde essayisten en ambassadeurs.
Na alle gesprekken met externen, bestuursleden en projectgroep zijn de volgende tien thema’s gedestilleerd.
Elk thema wordt hierna beknopt geschetst en voorzien van een flagship project, dat het meest representatief is voor de inhoud. In deze inhoud zijn ook vragen vervat, die door onderzoek, voortschrijdend inzicht en de multimediale onderdelen van het project worden beantwoord.

1 Culturele confrontaties

(Villa Isola, Bandoeng, Indonesie, C.P.W. Schoenmaker, 1933)
De geschiedenis biedt context aan gerealiseerde werken maar ook aan actuele ontwikkelingen: het toekomstperspectief wordt tot op zekere hoogte bepaald door het rijke verleden en de humuslagen van Nederlandse bouwprojecten in het buitenland. Hiervoor blijken de gunstige omstandigheden (onder meer opleiding, technologische kennis) in eigen land aanleiding voor een vorm van ‘boosting’, die verankerd ligt in de zeventiende eeuw.

2 Innovatie als uitgangspunt

(Schwäbisch Media, Ravensburg, Duitsland, Wiel Arets Architects, 2013)
De ambitie om te vernieuwen – zowel in esthetische als technische zin – lijkt genetisch bepaald. De ambassade is als gebouwtype wat dat betreft een bekend voorbeeld, maar ook bijdragen aan wereldtentoonstellingen, IBA’s en architectuurbiënnales lagen in deze lijn. Het winnen van internationale prijzen en prijsvragen en zogenaamde vervolgopdrachten geven hieraan in toenemende mate uitdrukking.

3 Lokaal - globaal

(Glazen Luchtbel Neptuna, i.s.m. Poolse landschapsarchitect Monika Gora, Malmö, Zweden, Octatube, 2006)
Globalisering en nieuwe internationale wetgeving zijn impulsen voor nieuwe werkvormen en samenwerkingsverbanden. Het tijdperk van bouwconsortia met internationale samenstelling is al twee decennia geleden aangebroken. Zijn bepaalde bouwprojecten nog als Nederlands te bestempelen? Bestaan er nog wel historisch verankerde ideologieën of is architectuur verworden tot commercieel consumptiegoed en exportproduct? Maken ‘jonge’ architecten nog wel een kans bij Europese aanbestedingen?

4 Bijzondere woonvormen

(Woontoren met split-level appartementen, IBA 1959, Hansaviertel, Berlijn, Van den Broek en Bakema, 1959)
De Woningwet, voorschriften, wenken, bouwbesluiten en overige, vaak gedifferentieerde regelgeving hebben Nederlandse ontwerpers geleerd om compact en efficiënt te bouwen. Maar ook in flamboyante villa’s door particulier opdrachtgeverschap blijkt de ruimtelijke organisatie veelal van hoge kwaliteit. Als de ruimte wordt geboden, worden in de geest van het totaalkunstwerk ook het interieur en de inrichting ontworpen.

5 Duurzaam bouwen

(Resort met boomwoningen, Healthy Valley, Liyang, China, AchterboschZantman, 2017)
Hoe krijgt het streven om energiezuinig en duurzaam te bouwen inhoud en vorm bij projecten in het buitenland? Hoewel de Nederlandse technologische kennis mondiaal gezien op een hoog peil staat, zijn de prestaties wat betreft duurzaamheid en energiezuinigheid in het buitenland aanzienlijk beter dan in eigen land. Is dat extra adrenaline of zijn de condities en het draagvlak gunstiger?

SamplerImg02

6 Meervoudig grondgebruik, nieuw gebruik, transformaties en transities

(Transformatie Van Damme Nord, Gare Montparnasse, Parijs, MVRDV, 2019)
De situatie in eigen land – met steeds schaarser wordende bouwgrond maar anderzijds leegstand – heeft ontwerpers geïnspireerd en gevormd om via gelaagdheid en functiemenging nieuwe vormen van stedelijk leven en ludieke herbestemmingen te creëren. De desbetreffende kennis en ervaring zijn steeds meer gewild in het buitenland.

7 Synergie tussen vorm en techniek

(Nederlandse Ambassade, Linnean Avenue, Washington, Verenigde Staten, Piet Tauber, 1963)
Nederlandse ontwerpers en bouwbedrijven spelen met buitenlandse opdrachtgevers en deskundigen een positieve rol in het wordingsproces van bouwwerken. Daarbij staat de wisselwerking tussen vorm en techniek centraal. Dit kan zowel subtiele inpassingen in de omgeving betreffen, maar ook (als dan niet brutalistische) Fremdkörper die aanpassingen in de omgeving ontlokken.

8 Flexibele stedenbouw

(Masterplan, Sungang-Qingshuihe, Shenzhen, China, KCAP, in uitvoering)
In het tijdperk van digitalisering, tal van maatschappelijke veranderingen en technologische vooruitgang (van smart buildings naar smart cities) blijkt stedenbouw nog steeds een nuttige discipline te zijn, ook voor een toekomst waarin bijna alleen maar variabelen zijn. Hiertoe dienen modellen met spelregels en strategieën en lijkt de maquette als eindbeeld te zijn uitgediend.

9 Dorp, stad en land

(Quarry Be’er Sheva, Israel, Lola Landscape Architects, in uitvoering)
Bijna alle architectuurboeken zijn geneigd de gebouwde omgeving vanuit bouwmassa’s te beschrijven. Het even zo belangrijke negatief daarvan is de vormgeving van de ruimte rond de bouwmassa’s en de stoffering en inrichting van die ruimte (van abri’s tot follies). Het eendimensionale karakter van de landschap∆sarchitectuur is inmiddels klassiek: dorpen en steden infiltreren het landschap en vice versa: tuinen, parken en vijvers worden opgetild en waterpleinen worden nieuwe ontmoetingsplekken.

10 Infrastructuur, civiele bouw en waterwerken

(Kunstmatige eilanden, Kaspische Zee, Kazachstan, Witteveen+Bos, in uitvoering)
Eeuwenlang hebben Nederlanders wereldwijd bruggen, wegen en dijken gebouwd. Hoe sterk is ons ‘handelsmerk’ en hoe vertaalt deze kennis zich in huidige buitenlandse projecten? Waarin maken Nederlandse ingenieurs en architecten wereldwijd het verschil, en nemen wij het voortouw met drijvende wijken en complete steden?

SamplerImg03

Digitaal platform

Via het digitale platform worden kennis en informatie voor iedereen toegankelijk gemaakt. In eerste instantie betreft dit een projectmatige vertaling van de inhoud van het te verschijnen basisboek, aangevuld met een groot aantal extra projecten die beknopt beschreven worden. De website maakt voortdurende uitbreidingsmogelijkheden met meer projecten en meer inhoudelijke essays mogelijk.
Via de website worden ook andere onderdelen van het project geïnitieerd en gefaciliteerd, waaronder tentoonstellingen, manifestaties, lezingen en debatten.
Het digitale platform zal voortdurend uitbreiden. Omdat steeds meer overzicht en inzicht wordt verschaft, zal ook de waarde ervan steeds verder toenemen. Op die manier kan volledigheid als streven concreet vorm krijgen.
DAA zal daarbij bestaande initiatieven een inbedding geven en diverse partners alle ruimte bieden voor input en versterking van hun eigen projecten. Ook voor de communicatie is de website het anker: zal gevoed worden uit de impulsen die de nieuwe input op de website biedt en er steeds naar terugverwijzen.

Boek

In de eerste fase van het project wordt ingezet op een oogstrelend boek van hoge kwaliteit, dat zowel als inspiratiebron en als naslagwerk bruikbaar is. Dit eerste, veelomvattende boek, is het visitekaartje voor verdere promotie van dit project en kan in volgende fases worden aangevuld met kleinere uitgaven over een specifiek onderwerp. In die zin wordt beoogd een reeks te entameren, waarbij de vraag vanuit de markt en het vakgebied een beslissende rol speelt.
Dit eerste boek zal, wat betreft vormgeving en materiaalkeuze, zodanig worden uitgevoerd dat het niet alleen een grote praktische en informatieve waarde vertegenwoordigt, maar ook uitstekend kan functioneren als stijlvol promotie-instrument voor zowel overheden als het bedrijfsleven.
Het (Engelstalige) basisboek zal circa 80 betekenisvolle (iconische én minder bekende internationale) projecten van Nederlandse signatuur in kaart brengen, onderbouwd met tien essays die de geselecteerde projecten thematisch in een bredere, historische en actuele context plaatsen. Het boek is nadrukkelijk niet bedoeld om uitputtend te zijn, maar om te inspireren en om de essenties bloot te leggen van Nederlandse architectuur die buiten onze landsgrenzen is gerealiseerd. Het boek is ingedeeld in de tien eerder beschreven thema’s.

SamplerImg04

Tentoonstellingen

Een andere fysieke neerslag van het digitaal platform vormen de (reizende) tentoonstellingen. Via een modulair, duurzaam systeem als drager kan in eerste instantie een basistentoonstelling binnen een vast stramien op maat worden gemaakt, waardoor de tentoonstelling een eigen herkenbaar ‘handschrift’ krijgt.
Om op termijn tegemoet te komen aan vragen van opdrachtgevers en organisaties kunnen verschillende tentoonstellingen binnen het vaste systeem worden gemaakt. Hierbij zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met culturele bijzonderheden en gevoeligheden. Bovendien zal waar mogelijk worden samengewerkt met lokale partners en is er ruimte voor lokale initiatieven.
Momenteel zijn HNI en Arcam geïnteresseerd om de tentoonstelling in Nederland te tonen, eventueel in een voor hen aangepaste versie. De ambassade van Berlijn heeft zich inmiddels gemeld als eerste buitenlandse tentoonstellingslokatie. Ook met het van Doesburghuis in het Franse Meudon-Val-Fleury zijn inmiddels eerste afspraken gemaakt.

Lezingen en debatten

Zoals in de inleiding al gesteld werpen de thema’s van DAA allerlei vragen op over de kruisbestuiving, kennis en inspiratie die de ontwerppraktijk in het buitenland met zich meebrengt. De tentoonstellingen zullen waar mogelijk gecombineerd worden met lezingen en debatten, waardoor we een volledig programma kunnen aanbieden. De inhoud van dit aanvullende programma is gebaseerd op de tien thema’s en komt tot stand in nauw overleg met lokale professionals. Het Nieuwe Instituut heeft de intentie uitgesproken de boekpresentatie te willen hosten en binnen hun programmering een avond te wijden aan een thema uit het boek. Het programma is zo opgesteld dat aanpassingen relatief snel kunnen worden doorgevoerd en er ook internationale uitwisseling tussen (deelnemende) landen ontstaat. Inmiddels hebben zich drie buitenlandse venues aangemeld als potentiële organisatoren van debatten.

SamplerImg05

Ambassadeurs DAA

Omdat een ambitieus project als deze stevige dragers en lange internationale armen nodig heeft, is een comité van vakkundige ambassadeurs samengesteld dat qua leeftijd en discipline breed is vertegenwoordigd:

  • Floris Alkemade, rijksbouwmeester;
  • Fons Asselbergs, voormalig directeur Rijksdienst Monumentenzorg;
  • Mick Eekhout, emeritus professor productontwikkeling TU Delft, architect-directeur 
Octacube;
  • Francine Houben, praktijkhoogleraar TU-Delft, architect-directeur Mecanoo architecten;
  • Hans Ibelings, architectuurhistoricus;
  • Jan Jongert, architect-directeur Superuse Studios;
  • Nathalie de Vries, architect-directeur MVRDV.

De ambassadeurs worden voorgezeten door de rijksbouwmeester.

Betrokken organisaties die het belang van DAA onderstrepen

In aanloop naar de uitvoering van het project heeft het team DAA een aantal samenwerkende en/of ondersteunende partners aan zich gebonden:

  • nai010 publishers | uitgevers; Zij hebben zich garant gesteld voor de productie, distributie, de marketing en de verkoop van de eerste uitgave van DAA. Ook denken zij inhoudelijk mee over thematiek, debatten, tentoonstellingen en verdere randprogrammering. Zij zien DAA in de toekomst nog groeien met diverse producten en voorzien een langdurige samenwerking. Zij stellen daartoe ook hun netwerk ter beschikking.
  • BNA, programmamanagement BNA International; Werkt mee aan dit initiatief en doet dit vooral door hun netwerk beschikbaar te stellen en DAA te ondersteunen met communicatie en het verschaffen van toegang tot stakeholders.
    De BNA organiseert eind juni een DAA-netwerkborrel in Rotterdam. Na het buffet zullen oner andere Marcel Teunissen (DAA) en BNA-i presentaties geven over internationalisering en globalisering als gegeven voor o.a. human recources, global challenges/local solutions en real estate revenues (debatten, conclusies, afsluitende borrel).
  • Atelier Rijksbouwmeester; Naast het ambassadeurschap van Floris Alkemade, wil het atelier ook graag inhoudelijk betrokken blijven en haar netwerk beschikbaar stellen.
  • Het Nieuwe Instituut; Is inhoudelijk geïnteresseerd in dit project, wil de boekpresentatie in Nederland hosten en wil gekoppeld aan een van hun tentoonstellingen in 2020 een donderdagavond-debat wijden aan een van de thema’s.
  • DutchCulture.
  • De Nederlandse ambassade in Berlijn.
  • RCE, beleidsafdeling internationale samenwerking en programmamanagement shared cultural heritage.
  • TU Delft, Academie van Bouwkunst.
  • Academy of Architecture Amsterdam.
SamplerImg06

Organisatie DAA
Bestuur Project DAA Foundation

Het projectteam en de redactiecommissie van DAA wordt aangestuurd en inhoudelijk ondersteund door een bestuur dat statutair de rechtsvorm van een stichting heeft aangenomen. Het bestuur treedt binnen het project DAA op als opdrachtgever.
Het bestuur is samengesteld uit professionele architectuurdeskundigen met brede, relevante ervaring in het culturele, architectonische en maatschappelijke werkveld.

  • Lonneke Bakkeren (voorzitter)
  • Judith Schotanus (secretaris)
  • Rob van Leeuwen (penningmeester).

Projectbureau

  • Ad van der Kouwe, Manifesta idee en ontwerp: initiatiefnemer; concept en vormgeving.
  • Marcel Teunissen, Nomad Architectural Specialists: initiatiefnemer; onderzoek en hoofd-
redactie.
  • Inge Croes-Kwee, Manifesta idee en ontwerp: projectleider; organisatie en vormgeving.
  • Angeli Poulssen, Fresh Future: strategie, relatiebeheer en communicatie.

Inhoudelijke adviescommissie

  • Mick Eekhout (ambassadeur DAA)
  • Marcel van Heck (Atelier Rijksbouwmeester, ambassadeur DAA)
  • Hans Ibelings (ambassadeur DAA)
  • Marcel Witvoet (uitgever nai010 uitgevers)
SamplerImg07

Duurzaamheid van het DAA project

Het gewenste toekomstperspectief van DAA is een grotendeels subsidieonafhankelijk voortbestaan. Er worden in de eerste periode diverse middelen geproduceerd, die als het project eenmaal loopt, voldoende middelen op zouden moeten kunnen brengen om de duurzaamheid te garanderen.

Het eerste boek zal de aanzet zijn tot een vervolgreeks. Die kan per onderwerp of genre worden samengesteld. Samen met nai010 uitgevers zal onderzocht worden waar de vraag ligt en daarop zal worden geanticipeerd bij de productie van nieuwe delen.
Het digitale platform levert een schat aan informatie, die geactualiseerd wordt gepresenteerd en uitgebreid naar meerdere projecten en inhoudelijke essays. Het is een prachtige internationale etalage voor ontwerpbureaus en toeleveranciers. Door een goede zoekfunctie op diverse tags en een aantrekkelijke, toegankelijke vormgeving zal de site een grote schare bezoekers kennen, waaronder ook opdrachtgevers in binnen en buitenland.
De tentoonstelling wordt op maat gemaakt en kan gekoppeld worden aan een lezing en/of debat.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Inge Croes-Kwee, projectleider, i.croeskwee@dutcharchitectureabroad.com

Project DAA Foundation, april 2019